Wat hebben duurzaamheid en architectuur met elkaar te maken? Een buitenlandse toerist zul je zelden in een buitenwijk tegenkomen die informeert naar de bezienswaardigheden van diezelfde buitenwijk. Toeristen komen we tegen in de bekende toeristische binnensteden zoals: Dordrecht, Maastricht, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam om er maar een paar te noemen. Waarom voelen oude binnensteden zo prettig aan? en waarom trekt het zoveel toeristen en vestigen winkeliers zich er graag?

Duurzaamheid begint met goede architectuur.

Een buitenlandse toerist zul je zelden in een buitenwijk tegenkomen die informeert naar de bezienswaardigheden van diezelfde buitenwijk. Toeristen komen we tegen in de ons bekende toeristische binnensteden zoals: Dordrecht, Maastricht, Alkmaar, Haarlem en Amsterdam om er maar een paar te noemen.

nieuwbouwtuin-rijenwoning-hollandszwartbont

Gewild

Een ander opvallend punt is dat diezelfde (binnen)steden geliefd zijn bij zowel bewoners en bezoekers als bij winkeliers. Als het fout gaat met winkels dan is dat doorgaans aan de buitenrand van de (binnen)stad. De binnenstad blijft gewild populair. Elke keer als ik me in zo’n omgeving bevind vraag ik me af hoe en waardoor dat komt. Heeft het te maken met de menselijke maat? Nergens voel je je verloren door een te grote en winderige ruimte. Hoge gebouwen zul je er niet vinden. Zijn het de rijke materialen en ook de manier waarop die materialen zijn toegepast? Is het de variatie? De onvoorspelbaarheid in de gevels en het verloop van straatjes die veel aan onze fantasie overlaat en dus verrassend werkt?

Menselijke maat

Ik ben van mening dat het komt door wat ik zou willen noemen de architectuur van de menselijke maat. Veel schakeringen in kleuren, details, groottes en organische vormen. Er valt veel te zien en veel te beleven bovendien voelt het als een warm bad want zelden voel je je verloren in een te grote ruimte. Kortom er is met veel oog voor detail aandacht geschonken aan de bouwwerken, hoe die  bouwwerken zich verhouden tot de ruimte en de materialen die men voor die bouwwerken heeft gekozen.

Duurzaamheid

Bij duurzaamheid denk ik het eerst aan onderwerpen als klimaat, milieu, leefomgeving deze associatie gaat misschien ook op voor heel veel meer mensen. Duurzaamheid heeft voor mij ook te maken met verantwoord produceren, zuinig zijn op grondstoffen en nadenken hoe je met transport en vervoer omgaat bij de productie van diensten en producten.

Kwaliteit

Lopende door Gouda vroeg ik me af of duurzaamheid ook niet begint bij architectuur. Ligt de basis van duurzaamheid niet bij architectonische kwaliteit?

Gouda

Gouda, een prachtige kleine stad in Zuid-Holland, dat in 1272 stadsrechten kreeg en met ruim 71000 inwoners meer de sfeer uitstraalt van een groot dorp. Gouda is bekend van de kaarsen en de Goudse Kaas. Kazen die je over de hele wereld in supermarkten kunt aantreffen trof mij met haar betoverende schoonheid van hoe de woningen en gebouwen gebouwd zijn, hoe prettig de winkelstraatjes aanvoelen en hoe groot de variatie is in gevels van woningen en winkels en welk een opvallend mooie materialen als hardsteen en gebakken klinkers er gebruikt worden.

Zo oud en nog steeds de moeite waard om het te zien om er doorheen te lopen en vooral ook om te gebruiken gezien het aantal winkeliers die hun waar aan de man brengen in de straten. Gouda is natuurlijk niet uniek. Er zijn meer typische en uitermate fraaie Hollandse steden.

Uitstraling

Ook in onze hoofdstad Amsterdam levert mij deze ervaring evenals Deventer of Dordrecht met haar betoverende oude centrum aan het water. Het zijn stuk voor stuk eeuwenoude stadskernen waarbij me steeds weer een aantal zaken opvalt; de gevarieerdheid in de gevels, de rijke detaillering. Geen façade is het zelfde. Elke woning is uniek en heeft een eigen uitstraling. Prachtige materialen zijn verwerkt. Het staat ver af van massa productie want elke woning is apart gebouwd zo lijkt het wel. Kunststof ontbreekt in de gevels en als je beter kijkt zie je een enorme variatie in de manier waarop het metselwerk is uitgevoerd, vlechtwerk waar halfsteens metselwerk aan een schuine daklijn grenst, Vlaams- en kruisverband, platvolle voegen met een mesprofiel. Op zulke momenten kan ik me heel goed voorstellen waarom toeristen naar Nederland komen.

Hollands

Onze Hollandse architectuur staat op zichzelf. Niet alleen is er variatie in bouwstijlen en bouwvormen te ontdekken het stratenpatroon is meestal ook niet in een oogopslag te doorgronden. Er is een variatie in wegen, paden en steegjes te ontdekken. Bovendien lopen die paden of wegen zelden recht. Een wandeling is op deze manier een mini ontdekkingsreis. Onvoorspelbaarheid in dit verband levert verrassende wandeltochten op en vooral ook fraaie doorkijkjes en organische gevormde pleintjes die de plekken legitimeren.

Men sloopt hier niets maar renoveert. Wat goed is moet goed blijven. Dus ook de renovaties vinden in stijl plaats.

Buitenwijken

Hoe anders is het gesteld in onze buitenwijken die pak ‘m beet in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw gebouwd zijn. Eenvormigheid leek wel de nieuwe norm. Er moest ook veel gebouwd worden dat is waar, want er was woningnood. Er was ook meer welvaart en meer vrije tijd. Een woning met een tuin werd voor veel mensen bereikbaar. De groeikernen waren geboren. Er waren bovendien ook nieuwe productie methoden bedacht die de zogenaamde tunnelbouw mogelijk maakte. Rijenwoningen kregen een moduulmaat en zijn door heel Nederland hetzelfde ongeacht of je je in Groningen dan wel in Limburg bevindt. De doorzon woning als Nederlands icoon.

Grootschalig

De Bijlmerflats zijn ongeveer uit dezelfde tijd. Grootschalig, veel beton en veel van hetzelfde. Inmiddels blijken het achterhaalde concepten en zijn grote delen van de Bijlmer getransformeerd naar meer laagbouw, meer variatie en meer open groen. Het is meer tot de menselijke maat teruggebracht.

Waarom zijn we gestopt met bouwen met aandacht? Waarom zijn onze woonwijken zo eenvormig en waarom kunnen we aan de bouwstijlen niet meer aflezen waar we ons bevinden?

Korte termijn

Zou het niet veel duurzamer zijn om met veel meer aandacht en oog voor detail woningen en woonwijken te bouwen. Hetzelfde geldt misschien ook wel voor onze industrieterreinen. Ook daar hebben we er veel van en ook daar is het architectonische armoe troef. De bouwwerken zijn niet voor de lange termijn gebouwd. Nadat ze pak ‘m beet na zo’n 40/50 jaar economisch afgeschreven zijn kunnen ze worden gesloopt en annexeert het inmiddels groter gegroeide bedrijf kostbare bouwgrond in ons schaarse landschap. Dat is dus driemaal verlies. Het oude gebouw is niets meer waard, er moet opnieuw geïnvesteerd worden in kostbare grondstoffen terwijl er schaarse landschappen getransformeerd worden tot identiteitsloze industrieterreinen.

De auto had ik bewust buiten het centrum geparkeerd want het doel was om vanuit een woonwijk naar het centrum te wandelen. Wandelen doe ik sowieso graag en is naar mijn stellige overtuiging de beste manier om door een stad te wandelen en te ‘voelen’ wat er speelt. Als tuin- en landschapsontwerper heb je met deze manier van voortbewegen het beste contact met de omgeving, in dit geval het stedelijk landschap.

Lees ook: