Werkwijze m.b.t. ontwerp

Een ontwerp traject kan complex en langere tijd in beslag nemen. Onderstaand schema laat zien welke stappen dat zoal kunnen zijn. Het hangt van het soort opdracht, de opdrachtgever en het budget af welke onderdelen relevant zijn.

1. De orientatiefase

Deze fase omvat de eerste kennismaking met eventueel een bezoek op locatie. In dit gesprek ligt het accent op het uitwisselen van de basisgegevens.

Op basis van dit gesprek doe ik u een voorstel voor de te nemen stappen zoals hieronder schematisch weergegeven.

2. De ontwerpfase

De ontwerpfase bestaat uit drie onderdelen, waarbij elke fase de basis legt voor de volgende fase. U kunt aangeven niet verder te willen dan een schetsontwerp. Wenst u een beplantingsplan dan zullen vanzelfsprekend een schetsontwerp en definitief ontwerp eerst volgen.

2.1 Schetsontwerp

2.2 Definitief ontwerp

2.3 Materialisatie- en beplantingsplan

 

impressie-bomendak

 

2.1 Schetsontwerp

De schetsfase bestaat uit meedere onderdelen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

2.1.1 inventarisatie

De eerste stap is te kijken in welke omgeving het object zich bevindt, daarbij spelen aspecten als grondsoort, ontwatering, ontsluiting. Al inventariserend kijk ik naar de afmetingen van het perceel, het soort bebouwing, aanwezige beplanting en de onderlinge verhoudingen. Ik raadpleeg bodemkaarten, historische kaarten en ander kaartmateriaal. Het materiaal bewerk ik vervolgens digitaal en/of handmatig.

Met schetsen kan ik pas beginnen als ik met u gesproken heb over uw wensen en voorkeuren en als er foto’s genomen zijn van het object.

2.1.2 analyse

Bij de analyse spelen zowel functionele- als ruimtelijke aspecten een rol. Uw programma van wensen vertaal ik naar modellen, impressies en principe schetsjes. Vanuit de analyse ontstaat een visie.

2.1.3 ontwerpvraag

Aan de hand van de visie is het nu mogelijk een interpretatie te geven van de ontwerpopgave. Anders gezegd de vraagstelling vanuit de opdrachtgever leidt tot een (her)formulering van de ontwerpopgave.

2.1.4 programma

Uw wensen en voorkeuren bepalen het inhoudelijke  programma.

2.1.5 concept

Een concept geeft de oplossingsrichting weer. Het is als het ware de ingedikte weergave van de essentie. Een concept is het denkresultaat op basis van inventarisatie en analyse. Het is meestal een abstracte weergave waarin alle bovengenoemde aspecten, wensen en karakteristieken van het object een plaats hebben en op elkaar aansluiten.

Het concept fungeert als motor, als startpunt en als kapstok voor de verdere ontwikkeling van alle ruimtelijke plannen.

2.1.6 Schetsontwerp

Vervolgens wordt het concept vertaald in een schetsontwerp. Schetsontwerpen zijn, zoals de naam al suggereert, schetsmatig van opzet en niet maatvast. Dit soort tekeningen doen (nog) geen uitspraken over materialen en andere detailleringen. Het zijn praatplannen die de sfeer van het werk weergeven terwijl er al pratende nog van alles kan wijzigen.

Het schetsontwerp geeft aan hoe het plan er in hoofdlijnen uit komt te zien. Voor een precisering van onderdelen, het soort materiaal, de beplanting of technische constructies zijn andere tekeningen noodzakelijk die in de DO-fase gemaakt worden.

Het schetsontwerp wordt doorgaans digitaal vervaardigd in tegenstelling tot de voorgaande stappen die een overwegend handmatig karakter hebben.

2.1.7 Budgettoets

Het maken van een budgettoets is optioneel en geeft een eerste indicatie van de te verwachten kostenvoor de aanleg van de tuin. Deze toets is geen offerte maar een raming om, waar nodig, het ontwerp bij te stellen of aan te passen. Zo voorkomen we dat er een ontwerp ontstaat dat, wellicht om budgettaire redenen, niet uit te voeren valt. Een budgettoets kan aanpassingen in het ontwerp noodzakelijk maken.

2.1.8 Budgettoets beheer

Naast een budgettoets voor de aanleg kan er een budgettoets voor het onderhoud gemaakt worden.

 

tuinontwerp

 

2.2 Definitief ontwerp (DO)

Na de schetsfase komt het definitieve ontwerp in beeld waarbij het schetsontwerp maatvast en digitaal uitgewerkt wordt met behulp van CAD tekenprogramma´s.

2.2.1 Landmeetkundige inmeting

Het definitief ontwerp wordt maatvast getekend. Als plattegronden of andere meetgegevens van het object ontbreken kan het in dit stadium gewenst zijn een nauwkeurige inmeting te (laten) verrichten van het betreffende object. Uiteraard is dit optioneel.

2.2.2 Materialisatie

In deze fase van het onwerpproces geef ik uitdrukking aan het ontwerp door uitspraken te doen over de soorten materialen, texturen, exacte afmetingen en sfeerbeelden.

 

plein

2.2.3 Beplantingsvisie, staalkaart(en), beplantingsplan

Het beplantingsplan kan gezien worden als onderdeel van de materialisatiefase. Omdat het nadenken over de beplanting, mede door het dynamische karakter ervan, een complexe zaak is kunt u dit onderdeel naar wens toevoegen.

Nadenken over beplanting begint met het uitspreken van een visie die, uiteraard, aansluit bij het al eerder genoemde concept en ontwerp. Afhankelijk van de grootte kunnen er voor afzonderlijke onderdelen sfeerbeelden ontwikkelt worden. Deze sfeerbeelden passen binnen de beplantingsvisie.

Een beplantingsplan omvat ondermeer plantschema´s, staalkaarten, sfeerbeelden, kwaliteitsaanduidingen en recapitulatielijsten.

Het hoeft geen betoog dat ook hier de wensen en voorkeuren van u als opdrachtgever centraal staan in de planvorming.

2.2.4 Technisch programma van eisen, (normaal)profielen

Het technisch programma van eisen vloeit voort uit het detailleren van de functionele onderdelen zoals bijvoorbeeld een weg. Het ontwerp gaat uit van een type weg met bijbehorende materialen. De functie voor die weg vereist een bepaalde fundatie en opsluiting. In het technisch programma geef ik exact aan welke eisen een onderdeel moet voldoen op basis waarvan verdere uitwerking kan plaatsvinden.

 

impressie-zijkant

 

3. Voorbereidingsfase

De inhoudelijke omvang van de voorbereidingsfase heeft vooral te maken met de aard en grootte van de opdracht. Voor heel kleine werken zal men eerder de neiging hebben met het ontwerp direct aan de slag te gaan. Voor grote werken ligt dat anders zeker als het werk door derden uitgevoerd dient te worden zonder intensieve bemoeienis met de ontwerper of adviseur. In dat geval zullen gedetailleerde tekeningen uitsluitsel moeten geven over allerhande zaken om misverstanden te voorkomen.

Hieronder komen in het kort de verschillende tekeningen en hun functionele betekenis aan de orde, die als basis dienen voor de (groen)aannemer.

3.1 Ontwerptekening

Ontwerptekening, zonder kleur opmaak, waarbij vooral de technische kant van het ontwerp belicht wordt.

3.2 Opruimingstekening

Tekening waarbij men de uitgangssituatie nauwkeurig in kaart gebracht heeft eventueel voorzien van hoogtes en peilmaten. Op de tekening is duidelijk aangegeven welke onderdelen verwijderd, gewijzigd, verplaatst af afgevoerd moeten worden.

3.3 Uitvoeringstekening

De uitvoeringstekening is een tekening die er ingewikkeld uitziet omdat alle te gebruiken materialen met bijbehorende afmetingen en kleurstellingen zijn vermeld. Tevens zijn op de tekening de aan te houden hoogtes aangegeven en aanduidingen van plekken op basis waarvan profielen en detailtekeningen gemaakt zijn. De uitvoeringstekening dient als basis voor het maken van een werkomschrijving of bestek.

doorsnede A illus 241007

3.4 Profielen/doorsnedes

Doorsnedes van een weg of pad waarbij de laagopbouw, funderingen, afschot en toe te passen materiaal duidelijk aangegeven wordt. De grootte van het werk is van invloed welke- en hoeveel tekeningen er gemaakt moeten worden.

3.5 Detailtekeningen

Detailtekeningen zoomen in op hele specifieke plekken of constructies. Het doel ervan is middels een tekening te laten zien hoe onderdelen aan elkaar gekoppeld moeten worden.

3.6 Werkomschrijving of bestek

Het plan wordt zodanig verfijnd en uitgewerkt (werkomschrijvingen) dat derden op basis van deze tekeningen offertes kunnen uitbrengen. Bijhele grote werken worden bestekken geschreven op basis waarvan de aannemer een inschrijving kan doen.

4. overige voorzieningen

Overige voorzieningen omvatten al die zaken die nodig zijn om het betreffende werk op verantwoorde wijze voor te bereiden, uit te voeren, over te dragen of te begeleiden. We praten dan ondermeer over het aanvragen van vergunningen, ontheffingen, het doen van (klic) meldingen en het verrichten van bodemonderzoek. Het soort voorzieningen dat getroffen moet worden hangt sterk af van de aard en grootte van het werk.

 

axonometrie

 

5. uitvoeringsfase

Voor aanvang van de voorbereidingsfase is over het algemeen de rol van de adviseur/ontwerper besproken. Die rol van de adviseur/ontwerper varieert al naar gelang aard en grootte van het project. Er zijn een aantal mogelijkheden waar per project van afgeweken kan worden: de varianten lopen vanextensief naar intensieve begeleiding:

5.1 Zelf doen

De adviseur/ontwerper vervaardigt de ontwerpen al of niet aangevuld met uitwerkingen, de opdrachtgever zoekt zelf naar een geschikte aannemer/hovenier. Deze manier van werken is geschikt voor de kleinere werken waarbij het zaak is dat de tekeningen voldoende uitgewerkt worden. Nadeel is dat de aannemer/hovenier zeer beperkte sturing krijgt met betrek king tot de details van de uitvoering en de sfeer van het plan. Om het gewenste eindresultaat te bereiken vragen dit soort samenwerkingsconstructies extra aandacht.

5.2 Bemiddeling

De adviseur/ontwerper vervaardigt de ontwerpen en de benodigde uitwerkingen, tevens bemiddelt de adviseur/ontwerper in het zoeken naar de juiste aannemer/hovenier. Hier geldt hetzelfde als bij punt 5.1 met dit verschil dat de adviseur/ontwerper op basis van netwerken en vakkennis een betere inschatting kan maken welk soort werk bij welke aannemer het best tot uitvoering komt.

5.3 Ad hoc regie

De adviseur/ontwerper vervaardigt de ontwerpen en de benodigde uitwerkingen, tevens bemiddelt de adviseur/ontwerper in het zoeken naar de juiste aannemer/hovenier. De opdrachtgever schakelt daarnaast de adviseur/ontwerper op vooraf bepaalde momenten in. Goede afspraken over de rolverdeling zijn noodzakelijk. In onderling overleg worden de stoppunten of interventie momentenvastgelegd. Vooral bij technisch moeilijk dan wel grotere werken kan dit een goede werkconstructie zijn.

5.4 Volledige regie

De adviseur/ontwerper begeleidt het gehele traject en voert de regie over de uitvoering van het werk. Werken op basis van regie is van toepassing bij grote werken. De samenwerkingsconstructie dient van te voren goed doorgesproken en op papier gezet te worden.

Meer informatie gewenst? Neem vrijblijvend contact op of reageer via het contactformulier.