Kan het gras nog groener? Er gebeuren een hoop goede dingen. Onder het mom van duurzaam en milieuvriendelijk denken we steeds meer na over plantensoorten die vlinders, bijen en andere insecten aantrekken. We vinden steeds meer inventieve oplossingen om op een verantwoorde manier om te gaan met ons regenwater. En zelfs voor particuliere tuinen kennen we momenteel de acties ‘Tegel eruit! Groen erin!’ om onze omgeving nog meer te vergroenen.

Kansrijke ingrepen

Slimme oplossingen die een positief effect op het milieu hebben en niet te veel geld kosten hebben over het algemeen de meeste kans van slagen lijkt mij. Met het verhogen van de biodiversiteit kan ik me voorstellen dat er nog meer slimme aanpassingen of veranderingen te bedenken zijn waarmee we een bijdrage leveren aan een rijkere flora en fauna. Bijvoorbeeld in onze openbare ruimte, preciezer nog, de wijze waarop we met gras omgaan in de openbare ruimte.

Traditioneel groen

Veel van onze openbare ruimtes kennen een inrichting met groenstroken, bomen, water en gras. Veel gras! Zoveel gras dat ik mij soms afvraag of dat niet anders kan. Zo’n situatie doet zich bij ons in de woonwijk voor in Capelle aan den IJssel. Een voormalige groeikern. Voorloper van laten we zeggen de VINEX wijken uit de jaren nul. Vermoedelijk is onze jaren ‘70 en ‘80 wijk wel representatief voor heel veel andere wijken in Nederland als Zoetermeer en Almere. Maar ook bij niet-groenkernen hebben ontwerpers bovengeschetste inrichting gevolgd.

Gras, gras en gras

Uitgaande van de situatie in Capelle aan den IJssel: sloot, grasstrook met hier en daar een heester, voetpad, grasstrook met bomen, fietspad en vervolgens een breed veld met gras. Het gras heeft in al deze gevallen dezelfde verschijningsvorm. Strak, gemaaid. Al het gras neemt men in een en dezelfde arbeidsgang mee. Voor de smalle stroken betekent dat dat de vijfdelige kooimaaier maar aan een kant gebruikt kan worden en het maaien rond de bomen vraagt een bijzondere vaardigheid van de maaier/chauffeur want die moet daar veel draaien en keren om met de maaibalk zo dicht mogelijk bij de stam van de boom te komen.

Lage kosten

De insteek voor het onderhoud kan ik wel volgen. De meters aan groen dienen tegen een zo laag mogelijk kostenplaatje onderhouden te worden. Toch wil ik hier een balletje opgooien. Want  juist in dit soort traditionele groenvoorzieningen valt naar mijn overtuiging veel winst te behalen als het gaat om verrijking van het beeld en biodiversiteit.

Rijker beeld

Beheerders willen groen dat makkelijk te onderhouden is tegen zo laag mogelijke kosten om uit te komen met het budget. Maar beheerders willen ook aantrekkelijk groen. Ontwerpers en bewoners willen ook groen dat aantrekkelijk is en bovendien functioneert en inspireert. Tegenwoordig komt daarbij dat het groen waar mogelijk een bijdrage zou moeten leveren aan onze leefomgeving en biodiversiteit zou moeten stimuleren. De belangen van ontwerpers, beheerders en bewoners zullen dus niet zo heel erg ver uit elkaar liggen.

Varieren met gras

Mijn idee zou zijn om veel meer variaties in onze gazons aan te brengen. Niet alles hoeft even glad. Maar de maaifrequentie wordt gekoppeld aan de functie. Het leuke is dat je de verschillende functies van het gras op deze manier beter kunt duiden. Anders gezegd de verschillende hoogtes van het gras helpt mee om de ruimte te gebruiken waar ie voor bedoelt is. Zo weten we dat voetballen het beste werkt op strak gemaaid gras, en dat honden niet graag hun behoefte doen in hoog gras. Ruige grasranden passen goed bij water- en rietranden maar ook vormen deze ruigten een heel natuurlijk overgang naar heesterstroken.

De hierboven geschetste smalle strook in het voorbeeld van Capelle aan den IJssel zou door kunnen groeien tot een strook met hoger gras. Die hogere strook zorgt voor een logischer scheiding in functies tussen fietsen en wandelen. Bovendien zal het hogere gras eerder bloem geven en daardoor veel meer kleine dieren en insecten aantrekken.

Minder arbeidsgangen

In plaats van 24 maaibeurten per jaar zal deze strook 2 of 3 keer gemaaid worden. Moeilijke handelingen met een grote machine zijn dan niet meer nodig. Daar staat tegenover dat onderhoudsmensen 2 of 3 keer per jaar terug zullen moeten komen om met andere gereedschappen het gras te maaien en desgewenst af te voeren. Beheerders hebben natuurlijk al eerder nagedacht over dit soort alternatieven. Het kostenaspect is dan doorgaans het doorslaggevende argument om niet te beginnen aan dit soort gevarieerder onderhoud.

Bij een rationele rekensom zou je de meerwaarde voor het milieu als baten mee moeten nemen in de berekening.

Interessanter beheer

Afgezien van het geld lijkt het mij dat het onderhoud op deze manier voor groenprofessionals ook interessanter wordt om te beheren en je zou het haast vergeten maar onze leefomgeving zal er door zo’n ingreep interessanter uit komen te zien. Inmiddels weten we hoe belangrijk een groene leefomgeving voor plant, dier en de mens is. Diverse wetenschappelijke rapporten bewijzen dat keer op keer.

Informeren en voorlichten

Veranderen van onderhoudsregime betekent dat je te maken krijgt met andere beelden. Belangrijk is dat de beherende instantie deze beelden goed communiceert richting bewoners en directe gebruikers van het gebied. Daar ligt mijns inziens een belangrijke taak voor de gemeente om te zorgen dat de burger bekend raakt met meer natuurlijke beelden. Piet Oudolf heeft gelukkig al een succesvolle stap in die richting gezet.

Grasbeelden en functies

Er zijn grasbeelden die we allemaal kennen: die van een strak golfterrein, hoger gras langs wegbermen, akkerranden met voornamelijk bloeiende planten, het hogere gras onder (fruit)bomen of droge grasvlakten. Deze beelden kunnen we laten ontstaan door heel goed te kijken naar wat de mogelijkheden zijn op een bepaalde plek in termen van bodem, water en functie.

Bekend is dat honden in hoog gras niet graag hun behoefte doen. Hoger gras kan dus een middel zijn om honden op bepaalde plekken te weren zonder dat daar gelijk bordjes of kostbare bewegwijzering voor nodig is.

Een smalle grasstrook langs de sloot kan een prima (ecologische) overgang zijn van nat naar droog en andersom. Het voorkomt het continu onderhouden van kansloze stukjes gazon die vaak ook nog eens te nat zijn.

Het speelveld is strak gemaaid zodat er van alles op kan plaatsvinden, sport, spel en buurt activiteiten. De honden krijgen een aparte plek of strook waar de hondenuitwerpselen een welkome aanvulling zijn op het menu van de beplanting.

De smalle strook onder de bomen kan zich door ontwikkelen naar een ruige grasstrook met bloemen. Fiets- en voetpad worden door deze ingreep duidelijk van elkaar gescheiden terwijl de boomspiegels van de bomen niet meer gemaaid hoeven te worden.

Het boek met de titel ‘De Groene Omgeving‘ van Arie Coster is een treffend voorbeeld hoe je met natuurbeelden in de openbare ruimte kunt omgaan. Natuurlijk het vraagt meer kennis en inspanning. En je zult het niet over willen en kunnen toepassen, maar toch. Als we dan toch over biodiversiteit en duurzaamheid praten is dit een mooie kans om dicht bij huis te beginnen.

Lees ook:

Dolf Houtman